In de luttele vrije momenten die me resten, waag ik me zo nu en dan aan een cinematografische escapade. Zo kwam het dat ik gisteren, wild als ik ben, de Vlaamse kaskraker Vermist op het programma had staan.

- Vermist: anderhalf uur van mijn leven
Laat ik maar meteen even iets duidelijk maken: ik ben niet tegen Vlaamse films. Ik vond bijvoorbeeld De zaak Alzheimer niet wereldschokkend, maar wel een prent die kan meedraaien op het internationale toneel; dat is op zich al een verdienste.
U weet natuurlijk al waar ik naartoe wil: Vermist is — ik zal het niet verbloemen — een slechte film. Zo simpel is het.
Eerst het goede nieuws, want negativisme is uit: de hoofdpersonages worden geloofwaardig neergezet en zo nu en dan is er knap camerawerk te bespeuren. Ik wou er voor de goede orde nog een derde punt aan toevoegen, maar dat lukt me niet.
Slechte tijdingen daarentegen, daarvan heb ik er gevoelig meer. Ik zal me beperken tot de belangrijkste drie. Als u daarna nog de moed heeft om de film of bijhorende serie te gaan bekijken, geef me dan een seintje.
Dat de plot voorspelbaar is, daar kan ik in deze mee leven — al draagt het personage van Catherine Kools bitter weinig toe aan het geheel. Qua uitwerking is het echter huilen met de pet op. De gezapige verhaallijn culmineert in een komisch aandoende knokpartij, die bezwaarlijk een ontknoping te noemen valt.
De “topcast” mag dan zijn best doen om het hoofd boven water te houden, maar hetzelfde kan niet worden gezegd van de bijrolspelers. Inzonderheid denk ik daarbij aan de lijkschouwer, die zelfs in een schooltoneelstuk de rol van kasseisteen toebedeeld zou krijgen.
Tot slot is er de muziek. Daar is wel moeite aan besteed, maar lang niet genoeg. Soms is het dermate erg dat scènes die potentieel tonen, erdoor gefnuikt worden. Al bij al verbaast me dat, gezien de zorg die besteed is aan het muzikale in pakweg Sedes & Belli.
Zoals ik al zei, verwacht ik van een Vlaamse productie überhaupt niet het Walhalla. Vermist zet echter allerminst de toon. De volgende keer dat ik de naam ‘Jan Verheyen’ zie staan, denk ik niet dat ik de man nog het voordeel van de twijfel gun.